Zaterdagmiddag in de hangmat


Het is warm, de hangmat in de schaduw van de lindebomen lokt.



Heerlijk lui liggen.


     


De ogen vallen bijna dicht.


 

Mijmeren over de wind, die langs mijn blote armen en benen waait, over mijn wang aait, me door de haren streelt. Je ziet hem alleen doordat hij dingen laat bewegen. Je ruikt hem door de geur van de meidoorn die langs je neus gevoerd wordt. Je hoort hem fluisteren, soms bulderen, in je oor. Kunt hem zelfs wat proeven op de tong. Je weet dat hij er is maar kunt hem niet pakken.

Kijken naar de boom waar mijn voeten naar wijzen. De oude stam, de takken die zijn gegroeid nadat hij jaren geleden is gesnoeid.


 


 Kijken, naar de kruinen van beide bomen waaraan de hangmat hangt, het lichtspel, de sierlijke bewegingen van takjes en blaadjes.


  

Ook overzij kijken: de schaduwen, grasland vol madeliefjes, Sinta. Wat een rijkdom, opgenomen zijn in het geheel, alles is goed.



Herinnering aan een mail, gister geschreven aan een dierbare vriend, over het pensioen dat ik binnenkort krijg en de leeftijd die voelt als een soort tweede jeugd. Ik kijk naar mijn handen als een baby. Hoe het licht er op schijnt.



 

De vouwen en kreukels, het bewegen, ook een stukje arm dat de leeftijd toont als ik hem wat draai.

 


Wat is het allemaal toch een geweldig wonder.